Het grootste deel van de passen die bij lijndans gebruikt worden, vinden hun oorsprong in het ballet. Vaak zijn de oorspronkelijke Franse benamingen vervangen door Engelse.
In het ballet spreekt men bijvoorbeeld van een zijwaartse en een voorwaartse chassé. In de lijndans is chassé behouden voor de zijwaartse beweging, doch een voorwaartse chassé wordt een shuffle genoemd.
Een coaster step is een andere naam voor een pas de bourré. De termen jazz box en rumba box worden evenerns in modern ballet gebruikt.
Pivot is hetzelfde in het Frans en het Engels, maar wordt anders uitgesproken. Dit zijn slechts enkele voorbeelden.
Choreografen gebruken deze passen om een choreografie samen te stellen. Sommigen gaan inspiratie halen bij andere dansstijlen, zoals bijvoorbeeld Ierse dans.
Hoewel de passen dezelfde zijn, is de dansstijl bij lijndansen totaal anders dan bij ballet. Lijndans kenmerkt zich door kleinere, meer gestyleerde passen.
Daarnaast zijn er nog de Catalaanse dansen, die een eigen stijlvorm hebben. Deze wordt gekenmerkt door sprongen en kickbewegingen.
Reactie plaatsen
Reacties